Winter

winter

Het is waar, zelfs het lekkerste klimaat gaat op een gegeven moment vervelen. Niet dat ik voortdurend denk: ‘schijt zeg, alweer 24 graden en een zonnetje’, maar zo nu en dan verlang ik toch naar winter. Het gevoel van overwinning als je een winterse bui getrotseerd hebt. Met een pot thee opwarmen terwijl je je verkneukelt over de mensen en hun hondjes die langs je raam geblazen worden.
Als ik dan toch mijn sadistische trekjes aan je openbaar, die ene sneeuwbal, zo’n 15 jaar geleden, die zo keurig tussen Peters kraag en nek landde, die memoreer ik elk jaar even.

Vanaf ons adres kun je met twee uurtjes rijden tot over je knieën in de sneeuw staan. En dat deden we dus ook, met zes volwassenen, acht kinderen en zeven sleetjes gingen wij het lange Martin Luther King weekend wel doorkomen! We maakten een sneeuwpop, bekogelden elkaar met sneeuwballen van achter sneeuwforten, roetsten van een heuvel en maakten engeltjes in de sneeuw. De kinderen vermaakten zich ook prima.

We stampten onze laarzen droog bij de deur, hingen de natte sokken bij de open haard en droogden de schoenen die toch niet zo sneeuwproof bleken, voor de zoveelste keer, met een haarföhn. We warmden op met een cocktail in de hot tub en maakten warme chocolademelk met marshmallows. Het was even compleet winter.

Maar het kon nog completer. Zeg nou zelf, wat is een winter zonder in het midden van de nacht je kind in een schone pyjama te hijsen? Zonder een schoon bed te improviseren omdat er geen droge lakens meer zijn? Het feest was toch niet compleet geweest, zonder de ontluisterende realisatie dat je kotsende kind eerder dat weekend met zes andere kindjes in een hot tub zat. Wat dan ook gelijk verklaart waarom jij niet de enige ouder bent die om vier uur ‘s nachts met een stokoude wasmachine staat te stoeien.
Als kersje op de taart, begeeft die wasmachine het ook nog. Immers, winter is geen winter zonder de vraag hoe je je laatste naar maagzuur stinkende spijkerbroek schoon krijgt.

Advertisements